De VOC-tijd tot leven gebracht in een meeslepende vertelling. De illustraties, afwisselend oude prenten en hedendaagse fotografie leggen de verbinding tussen heden en verleden.

  "Als ik naar Oostenburg kijk, zie ik langzaam een eiland aan het IJ oprijzen, door mensenhanden gemaakt. Duizenden schuitvrachten met plaggen en klei, met huisvuil en drek werden aangevoerd in 1663 om land te winnen aan de oostrand van de stad."  

 

Het eiland Oostenburg wordt het domein van de VOC, de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Een plek waar de wereld samenkomt, waar oost en west elkaar ontmoeten. Het omringende water scheidt de scheepswerf van de rest van de stad.

Er werken ongeveer 1300 mensen op dit zeventiende eeuwse industrieterrein. Behalve hun stemmen kan men zich de kakofonie van klanken voorstellen: "gehamer, ijzer op ijzer, gezaag, het schrapend geluid van touwen die strak getrokken worden, het geklaag van runderen die naar de slachtbank geleid worden, blaasbalgen die vuren doen loeien."

Het water is behalve barri╬re ook de verbinding met de buitenwereld. De wereldzee╬n beginnen hier, bij het VOC-terrein op Oostenburg. Resten van gebouwen, werktuigen en goederen bevinden zich in de bodem van het Storkterrein. Zo waren hier werkplaatsen voor scheepstuig, voor rolpaarden, spillen en riemen. Er stonden een houtzaagmolen, een loodwitmolen en een boormolen. Er waren loodsen voor de scheepsbeschieters, die de betimmering van de schepen maakten. En magazijnen vol spijkers en gereedschappen, met scheepsbenodigdheden en met handelswaar.

"Onder water rusten gezonken schepen met goederen en verdronken opvarenden. Als tijdcapsules, verstilde momentopnames van wat ooit was, op deze plek, op Oostenburg."

Oostenburg is een spiegel van het VOC-bedrijf. Het Storkterrein is een plek waar de wereld samenkomt door de handels- en transportlijnen van en naar de andere werelddelen. De geschiedenis heeft alles te maken met het aanwezige water en juist in dit water is de verbinding met het verleden zichtbaar te maken.
-MJ